Picturesque ruins

Blog

image

Woensdag, in ABC, probeerde ik aan Joan Didion te denken maar dacht aan Dodie Bellamy. Joan Didion, Dodie Bellamy. Dodie en Didion. DD. Worlds wide apart. Didion: straightness, composure, disinterested interest. Dodie: queerness, abjectie, maximale emotionele betrokkenheid. Desintegratie en whiteness bij beiden. De een afkomstig uit de hogere klasse, de ander uit de lagere. Cruciale zin van Didion uit Los Angeles Notebook: ‘The wind shows us how close to the edge we are.’ Bellamy heb ik niet bij de hand maar ze citeert David Wojnarowicz: ‘Soon these will be all just picturesque ruins.’

Lek

Blog

Een rommeldag vandaag. Ik pruts wat aan gedichten, lees stukjes en beetjes theorie en poëzie en ruim een beetje de keuken op. Er komen gasten vanavond. Voordat we naar de bruiloft van Matthijs en Bodil gaan wordt er gezamenlijk gegeten op de Sijs. Bladerend door Academonia van Dodie Bellamy lees ik: ‘Writing can and should offer an emotional engagement with materiality.’ Ik plaats een post-it en voeg de zin bij de andere aantekeningen voor een stuk over mijn poëtica dat ik op verzoek van Arno schrijf voor Deus ex Machina.

De gedichten waar ik nu aan werk zijn ontstaan uit alledaagse aanvaringen met die materialiteit: onder de douche, in de keuken, terwijl ik in bed lag. Ze gaan uit van prototypische privé- en publieke ruimtes en situaties maar duwen die categorieën net zolang tegen elkaar tot hun grenzen vervagen en ze versmelten: wat privé is wordt in het gemeenschappelijke domein geplaatst en vice versa. Het doel is een tekst die aan alle kanten lekt van ambiguïteit en abjectie. De stuwende herhaling van een aantal elementen heeft het effect van een litanie, bijna zoals Kouwenaars vlees, huis enz. maar dan verder gebanaliseerd. Zorg. Eten. Seks. Figuren voor een intimiteit die onder spanning staat. Metaforenloos schrijven.

Poetic content

Blog

De nieuwe nY is uit. Daarin mijn laatste bijdrage als Gast. Ik ben op zoek gegaan naar mijn eigen gemarkeerdheid – verneuktheid – en laat mijzelf aansporen (door Chris Kraus, Dodie Bellamy, Lonely Cristopher) om de schaamteloosheid en vulgariteit toe te laten in mijn schrijven. Om terrein terugwinnen op de academie, de gesanctioneerde activiteiten van ‘de avant-garde’ en ‘het experiment’ en het gebrek aan klassenbewustzijn in zelfs de beste romans (Ben Lerner). Ik kom uiteindelijk uit op een poëtica van de belichaming en het overbrengen van informatie: over je leven tegen de achtergrond van intellectuele en sociale problemen die je ook interesseren. Decor is het gegentrificeerde, poststedelijke landschap van LA en de Bay Area, op schaal gebracht door gedeelde tijd en ruimte.

Het huwelijk tussen Kritische Theorie en poëzie, dat via Frankrijk ook Californië had bereikt, lijkt voorbij: de serieuze arbeid van de theorie, het doorgronden van de maatschappij, haar ziekten en onbehagen in de – materialistische – hoop op structurele verandering, is opgelost aan de universiteit, of mee gestorven met de utopie, waardoor ze nu alleen nog levensveranderend, op ervaring gebaseerd en dus onzuiver kan zijn. Maar ging het daar niet altijd al om? Als theorie een dode vorm is geworden is het nodig om haar weer op onzuivere manieren in te bedden in de wereld en het subject.