Een nieuwe groep mensen

Uncategorized

Ton vraagt zich af hoe je vernieuwende poëzie kunt herkennen. Kirill Medvedev heeft op deze vraag een naar eigen zeggen vulgair antwoord geformuleerd:

‘Hoe onderscheid je ‘vernieuwend’ werk van ‘traditioneel’ werk? Waarom zijn sommigen letterlijk bezeten door de fetisj van de innovatie, terwijl anderen hier onverschillig of zelfs vijandig tegenover staan? Ik zal proberen het uit te leggen vanuit mijn eigen ervaring. Als ik een gedicht van een hedendaagse dichter goed vind, dan komt dat omdat ik, zonder dat ik mij daar bewust van ben, achter dat gedicht een nieuwe groep mensen zie. Dat is een groep die daarvoor nog niet bestond. Ze ontstaat op het moment dat het gedicht geschreven of gelezen wordt. Die groep kan meer of minder duidelijk zijn afgebakend, ze kan sociale, culturele of eerder emotionele kenmerken hebben, en misschien zijn al die kenmerken wel in haar verenigd.

Ik geef een voorbeeld: de dichter Lvovski, die ik al lang erg waardeer. Ook Koezmin, die hem vaak gebruikt als visitekaartje
voor zijn project Vavilon, waardeert hem erg. In zijn gedichten legt Lvovski sociale, culturele en emotionele kenmerken
van een bepaalde bevolkingsgroep vast: vertegenwoordigers van de hoofdstedelijke Russisch-Joodse intelligentsia die tussen de 25 tot 40 jaar oud zijn en net als hijzelf werkzaam zijn in toonaangevende domeinen, zoals reclame, design, journalistiek, televisie enzovoort. Lvovski begon dit veld te ontginnen in het midden van de jaren negentig (hoewel hij lang daarvoor ook al gedichten in het vrije vers schreef). Dat wil zeggen dat hij de vaandeldrager werd van deze bevolkingsgroep, terwijl die zich nog aan het vormen was. Hij reageerde dus niet op een al aanwezige behoefte, maar ontwikkelde zich parallel aan deze groep en haar behoefte aan zelfexpressie. Zijn intieme kring bestaat uit vrienden: mensen met wie hij zich niet alleen vanwege hun intellectuele, culturele en ideologische profiel verwant voelt, maar ook vanwege zijn vriendschap, bloedband of professionele relatie met hen.

Maar hoe kun je hard maken dat Lvovski een innovatief dichter is? Dat kan omdat ik een nieuwe groep mensen kan
samenstellen van wie ik zeker weet dat ze Lvovski waarderen, of die hem zeker zullen waarderen als ze hem lezen. En ik kan bewijzen dat hun waardering voor de gedichten van Lvovski het enige is wat al die mensen bindt. Met andere woorden: het gaat hier om een groep die nog niet bestond voordat Lvovski zijn gedichten schreef. Op die manier is Lvovski, die deze groep heeft voortgebracht, een innovatief dichter. Eerst heeft hij die groep in abstracte zin geconcipieerd,
als het ware blind, en ruim tien jaar later kan iedereen zien dat die groep inderdaad bestaat.’

De Europese gedachte van een Rus

Uncategorized

Daniël Rovers vroeg me op Tirade om een stemadvies. Dat heb ik niet maar ik geef graag een Europese gedachte mee. Van een Rus. In het lange gedicht ‘Europa’ van Kirill Medvedev zit de dichter in de bus naar Rome, op weg naar een poëziefestival. Beschonken en extatisch geeft hij zich over aan een dronken visioen van een post-etnische toekomst dat even apocalyptisch is als utopisch. Provocerend, totaal geschift en heel erg goed. Een fragment:

ik zie hoe bloedverwanten
of speciaal daarvoor in dienst genomen verplegers
terminaal zieke mensen
europa rondduwen in rolstoelen:
toeristen zijn het
allemaal of toch bijna allemaal zijn het toeristen
ik zie dat bijna alle toeristen
lijken op die zieken,
ik vraag me af
hoe je in dergelijke situaties moet handelen,
ik geloof dat je je bij voorbaat moet verheugen
op je aanstaande
waarachtige
onmogelijke
ongeziene
reis, zonder je te vergapen aan de levende ruïnes
met hun hagedissen,
zonder je lichaam
dat al wat gehavend is (slap, plomp, zoet en
al niet helemaal meer van jou)
met je mee te zeulen
door lieflijke steden in het avondrood,
waar alles gruwelijk is,
waar alles mooi is,
waar iedereen zuipt,
waar van alles gezopen wordt,
waar alles wordt opgezopen,
binnenkort waait alles weg
binnenkort houdt alles op te bestaan
ook mensen zullen ophouden te bestaan
dan komt de sloop
en bepaalde mensen die niet bestaan
(zoals iemand die in een wasbak kotst)
zullen zich over ons buigen
als over dode geschifte inktvissen
als over kokendhete bekers
als over krankzinnig geworden groenten
en dan
(als over op hol geslagen augurken)
en dan
zoals wij nu in onze stupiditeit, curiositeit,
verzadigde inertie de wens koesteren
om niet vergeten te worden,
(we zouden graag staarten
nalaten), we willen
iets nalaten,
zo zullen wij (wanneer we niet bestaan) wensen
dat WIJ gelaten worden
dat WIJ met rust gelaten worden
vergeten worden
zodat onbekende (die op hun manier – op onze manier –
evenmin bestaan)
mensen
of geen mensen
maar een soort klodders of afdrukken
een soort rondkruipende vormen,
sporen die naar de mist leiden,
zich niet zo innig zouden buigen
over onze wasbakken,
over onze geïmproviseerde ruwe doodskisten,
als over dunne vleugels
als over heldere doorzichtige hoofden
in een poging te begrijpen
hoe het is gebeurd en wat er is gebeurd
en wanneer het is gebeurd,
wanneer en waardoor we zo ongemerkt
waanzinnig zijn geworden
en waarom (waarom?)

Uit: Kirill Medvedev, ‘Europa’, vertaling Pieter Boulogne. Opgenomen in Alles is slecht, Leesmagazijn 2014.