Passief zelfs

Blog

Kippendijfilet geroerbakt met venkel, kruidenpasta en een beetje room en verse koriander; dit alles geserveerd met nepbruine rijst. Het recept komt uit Kitchen Diaries van Nigel Slater, dat Anne aan mij heeft uitgeleend. Slater is op zoek naar the right moment maar het streven naar perfectie valt uiteen – en wordt opener. ‘What was planned to be a big bowl of curry to bring us out in a sweat has ended up as something much more refined, passive even.’

*

Hannah geeft me mijn exemplaar van I Love Dick van Chris Kraus terug, dat nu stapels hoog bij ABC ligt. Dit doet me denken aan de invloed die consumenten toegeschreven wordt. Ik herlees het: een obsceen brievenboek met betrokkenen in de wereld van kunst en theorie. Dick bestaat echt en zijn privacy wordt geschonden. Lompheid als strategie, zo zou ik het schrijven van Kraus willen noemen. Aan alle kanten lekt er subjectiviteit uit en dat geeft natuurlijk een enorme rotzooi, die machtsverhoudingen blootlegt. Dit maakt het boek, understatement, onverschrokken. ‘O Dick, I want to be an intellectual like you.’

*

Met de uitgever in het restaurant van de Tolhuistuin het LM-programma voor het voorjaar van 2015 doorgenomen. Ik kijk uit naar de publicatie van Après la Finitude van Quentin Meillassoux in het Nederlands, een nieuw grondleggend denken. Ook gaan we meer primair Nederlandstalig werk uitgeven, fictie en non-fictie, waarbij compromisloosheid niet aan banden zal worden gelegd.

*

Ook ik ben het product van een gesticht gezin.

De Europese gedachte van een Rus

Uncategorized

Daniël Rovers vroeg me op Tirade om een stemadvies. Dat heb ik niet maar ik geef graag een Europese gedachte mee. Van een Rus. In het lange gedicht ‘Europa’ van Kirill Medvedev zit de dichter in de bus naar Rome, op weg naar een poëziefestival. Beschonken en extatisch geeft hij zich over aan een dronken visioen van een post-etnische toekomst dat even apocalyptisch is als utopisch. Provocerend, totaal geschift en heel erg goed. Een fragment:

ik zie hoe bloedverwanten
of speciaal daarvoor in dienst genomen verplegers
terminaal zieke mensen
europa rondduwen in rolstoelen:
toeristen zijn het
allemaal of toch bijna allemaal zijn het toeristen
ik zie dat bijna alle toeristen
lijken op die zieken,
ik vraag me af
hoe je in dergelijke situaties moet handelen,
ik geloof dat je je bij voorbaat moet verheugen
op je aanstaande
waarachtige
onmogelijke
ongeziene
reis, zonder je te vergapen aan de levende ruïnes
met hun hagedissen,
zonder je lichaam
dat al wat gehavend is (slap, plomp, zoet en
al niet helemaal meer van jou)
met je mee te zeulen
door lieflijke steden in het avondrood,
waar alles gruwelijk is,
waar alles mooi is,
waar iedereen zuipt,
waar van alles gezopen wordt,
waar alles wordt opgezopen,
binnenkort waait alles weg
binnenkort houdt alles op te bestaan
ook mensen zullen ophouden te bestaan
dan komt de sloop
en bepaalde mensen die niet bestaan
(zoals iemand die in een wasbak kotst)
zullen zich over ons buigen
als over dode geschifte inktvissen
als over kokendhete bekers
als over krankzinnig geworden groenten
en dan
(als over op hol geslagen augurken)
en dan
zoals wij nu in onze stupiditeit, curiositeit,
verzadigde inertie de wens koesteren
om niet vergeten te worden,
(we zouden graag staarten
nalaten), we willen
iets nalaten,
zo zullen wij (wanneer we niet bestaan) wensen
dat WIJ gelaten worden
dat WIJ met rust gelaten worden
vergeten worden
zodat onbekende (die op hun manier – op onze manier –
evenmin bestaan)
mensen
of geen mensen
maar een soort klodders of afdrukken
een soort rondkruipende vormen,
sporen die naar de mist leiden,
zich niet zo innig zouden buigen
over onze wasbakken,
over onze geïmproviseerde ruwe doodskisten,
als over dunne vleugels
als over heldere doorzichtige hoofden
in een poging te begrijpen
hoe het is gebeurd en wat er is gebeurd
en wanneer het is gebeurd,
wanneer en waardoor we zo ongemerkt
waanzinnig zijn geworden
en waarom (waarom?)

Uit: Kirill Medvedev, ‘Europa’, vertaling Pieter Boulogne. Opgenomen in Alles is slecht, Leesmagazijn 2014.