Ik verveel me nog steeds

Uncategorized

Op de koffie bij Jan-Willem, die een straat verderop woont en schrijft over het pleintje waar zijn huis aan ligt. We praten over het rijzende tij van gentrificatie, de roman als burgerlijke investering, jezelf als kolonist zien, onze blanke politieke verwarring dus. Lisanne gaat naar yoga in Oakland tijdens BlackLivesMatter en weet het ook niet. De lulligheid is groot. ‘Het stadsdeel zegt eigenlijk rotten jullie maar op, we zetten er wel goede mensen in’, zegt Jan-Willem. Mensen die literatuur schrijven of weten hoe ze coquilles moeten bereiden. Alles wordt leefbaarder om mij heen, behalve in mijn gedichten, waarin de ruimtes steeds krapper worden – mijn bed, een tafel in een cafĂ© – en toch zo veel mogelijk informatie met mij moet samenhokken. Ik wil geen goede burger zijn. ‘Geen brug. Amsterdam Noord = geen Berlijn. Ik verveel me nog steeds’, staat er aan het einde van de Distelweg op een muur gekalkt. Het recht op verveling. Authentieke expressie van een radicaal denken over Amsterdam-Noord. Dan hebben we het over schrijfopleidingen, de integratie van literatuur in de amusementsindustrie, die niets nieuws is. Maar waarom schrijven al die mensen? Schrijven is misschien domweg een figuur voor iets anders (lifestyle, het overbrengen van informatie, therapie), en is het probleem de huidige ondenkbaarheid van literatuur als oppositioneel fenomeen, door de versmelting van het artistieke en neoliberale ego. De creativity bubble. Ooit moet die barsten, en dan vloeien er domme tranen, idiote hoeveelheden shit de wereld in. Hoe zou ik die schrijflessen geven? Beginnen bij de macht die over het subject wordt uitgeoefend.