Poetic content

Blog

De nieuwe nY is uit. Daarin mijn laatste bijdrage als Gast. Ik ben op zoek gegaan naar mijn eigen gemarkeerdheid – verneuktheid – en laat mijzelf aansporen (door Chris Kraus, Dodie Bellamy, Lonely Cristopher) om de schaamteloosheid en vulgariteit toe te laten in mijn schrijven. Om terrein terugwinnen op de academie, de gesanctioneerde activiteiten van ‘de avant-garde’ en ‘het experiment’ en het gebrek aan klassenbewustzijn in zelfs de beste romans (Ben Lerner). Ik kom uiteindelijk uit op een poëtica van de belichaming en het overbrengen van informatie: over je leven tegen de achtergrond van intellectuele en sociale problemen die je ook interesseren. Decor is het gegentrificeerde, poststedelijke landschap van LA en de Bay Area, op schaal gebracht door gedeelde tijd en ruimte.

Het huwelijk tussen Kritische Theorie en poëzie, dat via Frankrijk ook Californië had bereikt, lijkt voorbij: de serieuze arbeid van de theorie, het doorgronden van de maatschappij, haar ziekten en onbehagen in de – materialistische – hoop op structurele verandering, is opgelost aan de universiteit, of mee gestorven met de utopie, waardoor ze nu alleen nog levensveranderend, op ervaring gebaseerd en dus onzuiver kan zijn. Maar ging het daar niet altijd al om? Als theorie een dode vorm is geworden is het nodig om haar weer op onzuivere manieren in te bedden in de wereld en het subject.

Wolkeneeuw

Voorwerk

Ik ben begonnen aan een vertaling van Bruce Boones Century of Clouds. Wolkeneeuw. Een klassieker uit de New Narrative waarin Boone zijn seksuele en politieke ontwikkeling probeert te doorgronden terwijl hij een marxistische summerschool in het Midden-Westen van de VS bezoekt. Een schitterend boek, waarin je van anekdote naar anekdote struikelt, roddel naar roddel, en intussen leest over de problemen van een homoseksuele man die zijn ervaringen, zijn verlangen naar – seksuele, politieke – gemeenschap probeert te verbinden met zijn socialistische overtuigingen. Heel grappig is het moment waarop de verteller Fredric Jameson – Fred – tegenkomt in de douche. Je leest ook niet vaak een boek waarin de vraag hardop wordt gesteld hoe een marxistische begrafenis eruit zou zien, en of zoiets überhaupt voorstelbaar is. Dit is geen mémoire, maar schrijven in real time. ‘You want what you write to actually cause these things to come to exist, you don’t just want to describe them’. The present tense radicalizes everything:

Ik hou van de grootheid van dingen, hun uitgebreidheid. In mijn favoriete droom vlieg ik boven een betoverd bos, armen wijd uitgestrekt. De bomen zijn smaragdgroen en de velden onder mij geordend in nette gele vlakken. Ze joelen en wedijveren met elkaar om hun pracht. Hoog boven mij staat een heldere saffieren hemel. O de sereniteit! Nu beweeg ik de botten in mijn pols en keer lichtjes. Uitkijkend op de zon begin ik mijn afdaling.

In de jaren van vriendschap zie ik degenen die ik liefheb in mozaïekachtige patronen, en naast hen mijzelf. Wie zal over honderd jaar ooit nog weten hoe we heten! We zijn als catalogi voor bloemen en planten, die zich naar een glanzende toekomst bewegen. Het collectieve leven, golf na golf, dat steeds weer nieuwe patronen toont. Als de strepen van een zeebaars; als de woestijncactus die na jaren wachten in bloei staat. Het is lente, en de acacia’s beginnen de straten te bedekken met een tapijt van hun gele stuifmeelachtige dons. Patronen, tekeningen, overdaad waar ik van hou. ’s Nachts kijk ik op naar de leegte, en is de Melkweg een lint van verre, weggedraaide gezichten, in slaap nog. Zullen ze wakker worden?

Op het instituut afgelopen zomer droomde ik een paar nachten elkaar over Freds herhaalde anekdote. Door puur toeval, zegt hij, wanneer drie mensen bij elkaar kwamen, is Sartre de eerste die het woord neemt. “Drie kleine mannetjes!” – en dan een glimlach in de richting van Picasso en Charlie Chaplin. Ik droom dat ze in een cirkel staan en naar beneden kijken, ergens in en voorbij turen. Maar het ligt aan hun voeten. Ik word wakker en begin te lachen. Dit moet ik Fred vertellen! Hij is zo groot, net als de wereld. Iedereen zal mijn droomgrap leuk vinden.

Terwijl ik deze gedachten heb, vindt er een explosie plaats. Letelier wordt opgeblazen in zijn auto door de agenten van de Chileense reactie. Het geluid van bijna stille kogels – en er zijn negen zwarte mannen dood in Oakland door politiemoord. Racisme; armoede. De levens van vrouwen en homo’s onderdrukt in het patriarchaat. Het dagelijkse geweld dat arbeiders wordt aangedaan. De arbeidersbeweging inmiddels bloedig en door wonden verscheurd.

Deze gedachten, groot, publiek, hoe ze te verbinden met mijn leven? Hoe ervaring en aanrakingen – die alleen zelden – samen te brengen met mijn verleden? En ook over verlangen vertellen.

Misschien beginnen je verhalen te vertellen. Een paar belangrijke vriendschappen, in deze tussenruimte, nu mijn leven zich naar buiten verplaatst. Problemen. Vragen.

Banaal

Voorwerk

In het vliegtuig van L.A. naar Miami, terug naar huis, las ik The TV Sutras van Dodie Bellamy, gekocht in Books and Bookshelves (The Castro), dat de boeken in deze winkel een typische houtgeur geeft die jaren blijft hangen. Afijn, Madeleine. Ik zal iets over dit boek vertellen. Het bestaat uit twee delen: het eerste deel bevat de soetras uit de titel, opgepikt van tv, uit sitcoms, talkshows, commercials; de dichter ontvangt, als een medium, beschrijft kort de televisiescène en voegt een commentaar toe. Dit gebruik, zelf oefening, wordt voorafgegaan door een halfuur durende yogasessie.Het levert volstrekte new age drivel op, maar de motivatie is serieus: ‘I do not attempt irony, cleverness or perfection – or art. The TV Sutras are totally in-the-moment sincere, even if that sincerity makes me cringe afterwards.’

Wat volledig waar is. De derda soetra in het boek leest als volgt:

Do you believe I’m in more deep shit than you are.

Dark haired man talking to blonde woman in car.

Commentary

Do not be discouraged by past difficulties. It’s all a continuum. Start where you are.

De banaliteit van dit advies is inderdaad schokkend; maar het doel van het boek is precies de banaliteit in haar oorspronkelijke betekenis van commons, een gedeelde taal, nieuw leven in blazen. ‘Dare I reclaim what’s considered vulgar in spirituality?’ Dat staat in deel twee, dat toepasselijk ‘Cultured’ heet, en waarin Bellamy het verhaal van haar spirituele, intellectuele en seksuele ontwikkeling ontvouwt, tegen de achtergrond van haar toetreding tot een new age-achtige cult – in het boek Cult, met een hoofdletter – in de jaren zeventig, en haar zelotische loyaliteit eraan. Toch is dit geen verhaal van afvalligheid, de cult wordt niet geridiculiseerd. Cultured verwijst niet naar de probleemloze individualiteit die die de Latere Bellamy, eenmaal uit de cult gestapt, uiteindelijk verwerft, maar juist naar de manier waarop de cult haar gevormd heeft op een bepaald moment in de tijd; en ook hoe de Cult niet veel anders functioneert dan de cult van experimenteel schrijven en vele andere cultische activiteiten, van halfhartig vegetarisme, ouder worden, en virulent kapitalisme die haar nu vormen. ‘Sometimes I belong to the cult of monogamy, sometimes not. I pile moment upon moment.’

Bellamy schrijft in de stijl van New Narrative, een literaire beweging uit San Francisco die ik meer en meer ben gaan bewonderen, en de reden was dat ik dit boek kocht; ik wil me meer inlezen. De innovatie van L=A=N=G=U=A=G=E is bekend maar wat er in de omgeving daarvan gebeurde, bij New Narrative bijvoorbeeld, lijkt me nu verstrekkender. Kenmerken van NN: een sceptische omgang met de auteur als de meester over zijn teksten, met representatie – hierin lijkt NN op language writing – maar de bij NN betrokken schrijvers zagen zichzelf anders dan de language dichters als een deel van een specifieke identiteit en gemeenschap: de homobeweging, jaren zeventig, nog niet geïntegreerd in de burgermaatschappij, noch door het huwelijk, noch door consumptie. NN bevat expliciete beschrijvingen van seks en erotiek, thrown in the mix met roddels, politieke reflectie en gevoelens van schaamte, woede, marginalisering, onbegrip. De vertelstem onderbreekt zichzelf voortdurend. Er wordt een niet-traditioneel verhaal verteld over de eigen seksualiteit en moeizame subjectwording in een straight wereld, die de ervaringen van homoseksuele mannen en vrouwen voortdurend uitwist. New Narrative is anti-formalistisch en staat een poëtica van de belichaming voor; het is ook vaak vrolijk en serieus.

De vulgariteit waar NN naar op zoek is, gedefinieerd als alles wat rommelig of domweg banaal is in je leven en dit als stof opvatten, zijn we ergens verloren. We hebben het weer nodig. Misschien is dit ook wel wat ik bedoel als ik het over lompheid heb; geen esthetiek, geen domme confessie, maar een ruimte waarin alles, het meest persoonlijke en smerige en tedere elkaar doorkruisen, en elkaar op de meest hardhandige en fragmentarische manier treffen. Wat niet meer is dan een manier om informatie te introduceren in teksten. ‘Breathless, keeping it afloat – how much information about one subject can you juggle in two hands?’, schrijft Chris Kraus in ILD. Kraus die met haar imprint Native Agents bijgedragen heeft aan de zichtbaarheid van New Narrative (Kathy Acker, Michelle Tea) en de woorden cunt en Kierkegaard in een zin wil gebruiken.