Passief zelfs

Blog

Kippendijfilet geroerbakt met venkel, kruidenpasta en een beetje room en verse koriander; dit alles geserveerd met nepbruine rijst. Het recept komt uit Kitchen Diaries van Nigel Slater, dat Anne aan mij heeft uitgeleend. Slater is op zoek naar the right moment maar het streven naar perfectie valt uiteen – en wordt opener. ‘What was planned to be a big bowl of curry to bring us out in a sweat has ended up as something much more refined, passive even.’

*

Hannah geeft me mijn exemplaar van I Love Dick van Chris Kraus terug, dat nu stapels hoog bij ABC ligt. Dit doet me denken aan de invloed die consumenten toegeschreven wordt. Ik herlees het: een obsceen brievenboek met betrokkenen in de wereld van kunst en theorie. Dick bestaat echt en zijn privacy wordt geschonden. Lompheid als strategie, zo zou ik het schrijven van Kraus willen noemen. Aan alle kanten lekt er subjectiviteit uit en dat geeft natuurlijk een enorme rotzooi, die machtsverhoudingen blootlegt. Dit maakt het boek, understatement, onverschrokken. ‘O Dick, I want to be an intellectual like you.’

*

Met de uitgever in het restaurant van de Tolhuistuin het LM-programma voor het voorjaar van 2015 doorgenomen. Ik kijk uit naar de publicatie van Après la Finitude van Quentin Meillassoux in het Nederlands, een nieuw grondleggend denken. Ook gaan we meer primair Nederlandstalig werk uitgeven, fictie en non-fictie, waarbij compromisloosheid niet aan banden zal worden gelegd.

*

Ook ik ben het product van een gesticht gezin.

Laboratorium

Voorwerk

Eerder dit jaar schreef ik voor het Vlaamse tijdschrift De Leeswolf een bespreking van de debuutroman van theatermaker Pieter De Buysser, De keisnijders. Die bespreking staat nu online op de site van De Reactor. Het is alweer even geleden dat ik het stuk schreef, begin januari om precies te zijn. Hieronder volgen enkele nieuwe bedenkingen bij dit boek.

De keisnijders is een intelligente, ambitieuze ideeënroman, gDe keisnijderseïnspireerd door veel cutting edge-filosofie, zoals De Buysser in een diepgravend interview op de site van Kritische Studenten Utrecht vertelt. Onder meer Badious theorie van het evenement & het subject als drager van een waarheid, het speculatief realisme van Meillassoux en het autonomia-denken van Castoriadis en zijn ideeën over het gemeenschapsvormende potentieel van de verbeelding komen voorbij.

De Buysser is dus goed ingevoerd. Tegelijkertijd wordt uit De keisnijders duidelijk dat een parade van nieuwe denkers niet per se ook nieuwe literatuur hoeft op te leveren. De Buysser, opnieuw in het interview met KSU:

Het willen breken met de traditie van de breuk is net eigen aan het heersen van de ideologie, die wil de avant-garde van gisteren installeren als het commissariaat van morgen. Dat is net het verraad aan de traditie van de breuk. Ik wil graag de repeterende breuken doordenken en verder zetten, in de politiek en in de literatuur. We stellen het intussen wel al heel erg lang met een politieke organisatievorm die er de kantjes van begint af te lopen, ik wens Oom Dagobert een stevige paradigmawissel toe, net zoals ik dat de romankunst toewens. Avant-garde, all the time.

‘Avant-garde all the time.’ Wie bekend is met het werk van de filosofen die De Buysser aanhaalt zal hier toch even fronsen. Natuurlijk, allemaal denken ze de breuk, en allemaal zijn ze fel tegen de afgeleefde politieke organisatievorm die tegenwoordig voor democratie moet doorgaan. Maar geen van hen laat dit project, en dat is cruciaal, samenvallen met de avant-garde, die – zo menen zij, ik denk terecht – na de desastreuze verstrengeling van esthetiek en politiek in de twintigste eeuw is uitgedoofd. Juist niet: ze vragen zich af hoe politieke kunst er na de implosie van de avant-garde uit zou kunnen zien.

Dit is de vreemde paradox van het boek van De Buysser: de schatplichtigheid aan een filosofie die vernieuwend  en voorbij wil gaan aan de impasses van de ‘oude’ revolutionaire politiek, vindt haar neerslag in een artistiek programma dat de gestes van de avant-garde herhaalt als gestes.

Zo wordt de nieuwe Berlijnse muur in De keisnijders, een kolossale nul, samengesteld uit het puin van de oude muur, de ‘voorafspiegeling van een ongeziene figuur’ genoemd, een verbeelding van een toekomstige gemeenschap. En het niemandsland rond de Berlijnse muur waar De keisnijders zich afspeelt wordt gepresenteerd als een ‘laboratorium voor antropotechnieken’, een ruimte waar al spelend, experimenterend en verhalend vertellend een nieuwe mens tot stand wordt gebracht.

Kunst dient hier als voorstelling van een andere, utopische maatschappij, en als laboratorium voor politieke verandering. Twee ideeën over politieke esthetiek waar Badiou zich nu juist altijd fel tegen heeft verzet. In zijn denken gaat het om de mogelijkheid van verandering right here right now, en kan kunst nooit ter vervanging dienen van een politiek evenement. Sterker nog, het verwarren van politiek en kunst heeft geleid tot de verwatering van het werkelijke politieke potentieel van kunst, dat gelegen is in de wijze waarop het een evenement kan doen verschijnen.

Het gaat in politieke kunst volgens Badiou dan ook niet om negativiteit, het voortzetten van repeterende breuken maar om een positief gegeven: het formuleren van een nieuw politiek subject in het spoor van een evenement. De Buysser houdt daarentegen vast aan een avant-gardistisch begrip van kunst als wegbereider van een nieuwe politiek en een nieuwe maatschappij. Het gevolg is dat De Buysser onvermijdelijk met de totalitaire erfenis van de avant-garde en de klassieke revolutionaire linkse politiek zit opgescheept . Dat maakt dat dit boek uiteindelijk in een impasse belandt.