Monologen aan Dirk

Uncategorized

Ik haal dit blog uit de slaapstand. Maar eerst een schaamteloze filler. Sinds eind januari, de dag na Gedichtendag, schrijf ik brieven aan Dirk van Bastelaere, ooit woordvoerder van de Vlaamse postmodernen, nu van de N-VA. In nY #25 zijn er nu een aantal gepubliceerd. Over postmodernisme, neoliberalisme, de dislocatie van de moderne intellectueel, onze huiskamers en het instituut, dat als ruïne in ons zit. Het is de bedoeling dat de correspondentie, of monologen, worden voortgezet. De opening van de tweede brief:

Sint-Niklaas, Waasland
Hotel New Flanders
Zondag 22 februari 2015

Beste Dirk,

Ik lig op bed in een vrijwel leeg Hotel New Flanders, dat tegenwoordig door een Nepalese zakenman gerund wordt en een sushibar huist. Etensluchten kruipen omhoog door het plafond en parfumeren de gangen en onze kamers. De naam van het hotel is veramerikaniseerd tot Hotel New Flanders. Over alles ligt de waas van het transnationale. Volgens mij zegt dit iets over de ontworteling waarover ik het wil hebben. In mijn handen ligt mijn exemplaar van Hotel New Flandres. 60 jaar Vlaamse poëzie. Ik zie het als je testament, afkomstig uit een tijd dat je nog genuanceerd wilde denken over poëzie.

Ik ben in Sint-Niklaas om voor nY fictioneel, poëticaal, lijfelijk, verslag te doen van je huiskamerlezing van Fallicornia, een dichtbundel die uit een la lijkt te zijn gerold, een tijdscapsule. Ik probeer te voelen wat de geschiedenis met een dichterschap doet. Met Johan liep ik in de namiddag langs het seminarie en het standbeeld van Anton van Wilderode en meende ik iets te weten over geworteld zijn, een radicaal regionalisme, over cultuur die niet gegeven is maar moet worden bevochten. Iets wat ook ik, die niet over een Vlaams lichaam beschikt, herken, aan de andere kant van de grens.

Verder lezen kan dus bij nY en verder is het nu wachten op antwoord aka Dirk writes back.

Beste Dirk

Voorwerk

Amsterdam, 30 januari 2015

Beste Dirk,

Hoe komt het dat jij alles altijd zo goed kunt combineren? Gisteren was het Gedichtendag. In het Vlaamse parlement droeg je partijgenoot Marc Meremans een gedicht van je voor uit Pornschlegel en andere gedichten. Rood jacht. We weten allemaal dat je een draai hebt gemaakt en geen woordvoerder van de Vlaamse postmodernen meer bent, maar van de bazen, die zich verenigd hebben rond de N-VA, de neoliberale, Vlaams-nationalistische partij van Bart De Wever. Ach, kapitalisme en schizofrenie. De gelijktijdigheid van de contradicties. Ik zou graag willen geloven in dit principe. Chris Kraus schrijft ergens dat politiek niet een of andere wazige wolk is, maar dat er processen zijn en dat die processen kunnen worden nagegaan. Hoe komt iets van A naar B? Ik moet dan vaak aan jou denken: je interesse in processen en feiten en je afkeer van moralisme, maar dan, helaas ook je hysterische fetisjering van diezelfde processen en feiten. Die onhebbelijkheid vergeef ik je, omdat we in hetzelfde probleem geïnteresseerd zijn, dat dus niet alleen maar subjectief kan zijn – we willen de linkse traditie testen, ieder op onze eigen manier. Ik in poëzie die niemand leest, jij als dichter van de partij. Je nieuwe poëzie, die uit Fallicornia, had ook in 1994 geschreven kunnen zijn, maar je politiek is daadwerkelijk nieuw, en zoiets is altijd opwindend.

Ik hou niet van de autonomie van poëzie, de bibliofilie en mystificatie ervan, daarom ben ik teleurgesteld in je. Het lachje van Marc Meremans als hij het over ‘dichterlijke vrijheid’ heeft maakte voor mij eigenlijk alles in één flits duidelijk. De lach van de macht. Daarom ben ik tegen dichterlijke vrijheid. Als al die prachtige begrippen propaganda worden (ook al is het volgens sommigen ‘goede’ propaganda), dan is het tijd om afscheid te nemen. Hoewel ik het ook voor je moet opnemen. Je bent een politiek denker en als zodanig moet je serieus genomen worden, wat de fout is die veel van je tegenstanders maken die zichzelf zijn gebleven, in de hoop gelukkig te worden. Jij weet dat geluk niet bestaat, dat er alleen strijd is.

Dirk, ik zou niet graag in jouw wereld willen leven, maar feit is dat ik dat al doe. Daarom beschouw ik jou ook als een test. Als ik slaag voor de test, win ik en jij verliest. Zo simpel is politiek. Ook al betekent het dat ik mij in Friedrich Hayek moet verdiepen, waar ik erg tegen opzie. Ik weet niets van Hayek. Wel weet ik dat er maar 1 poëtica is, geen 7, 3, of 4 – nee, 1 simpele poëtica. Want natuurlijk ben ik voor dichterlijke vrijheid, maar dan wel alleen als die vrijheid ook in bredere zin mogelijk is. En daar sta jij in de weg. Zolang dat het geval is, blijven wij vechten. En daarom bestaat er voor mij, anders dan voor jou misschien, op dit moment geen dichterlijke vrijheid.

Met vriendelijke groet,
Frank